Hoe verteerbaar is de reis van ons eten?
Janet Lebbink, februari 2024

Containerschip MSC waarmee voedsel wereldwijd wordt vervoerd.

Wie weet nog waar ons eten vandaan komt? En waar gaat het naar toe? Fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen neemt ons mee op reis langs belangrijke voedselproducenten in de wereld. Onze volle schappen zijn het resultaat van een complex wereldwijd systeem waarvan de houdbaarheid ter discussie staat. Niet voor niets wordt op de tentoonstelling Food for Thought in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum gewaarschuwd voor schokkende beelden. 

Achter elkaar lopen we de trap op naar de tweede verdieping van het Scheepvaartmuseum. Dertig foodies, ontwerpers en journalisten die dagelijks bezig zijn met voedsel. We gaan de donkere tentoonstellingsruimte binnen en zien een oplichtend paneel met bewegende, grote getallen: ’735 miljoen mensen wereldwijd hebben honger; de Nederlandse export van landbouwgoederen levert jaarlijks € 122,3 miljard op; 5,77 miljoen kilo uien wordt er gemiddeld per dag geëxporteerd.’ Pas verderop zien we de betekenis van deze getallen: schepen met duizenden containers vol voedsel, enorme afvalbergen met stroopwafels, hoge pakhuizen met rijen kazen tot aan het plafond. We worden er stil van.

Verdriet bij de broccoli
Terug in de vergaderruimte komen we los. ‘Ik werd heel verdrietig bij de broccoli door de enorme schaal waarop deze groente geteeld wordt. Ik voel geen relatie meer met ons voedsel’ zegt een impact-designer. Een freelancer transitie voedselsystemen aan de WUR (Wageningen Universiteit & Research) vult aan: ‘Ik ben totaal lamgeslagen. Dit is wat ik al veel langer voel: het systeem wordt in stand gehouden door tien heersende voedselproducerende partijen.’ Bij een kinderboekenschrijver wakkert het strijdlust aan, waarop een ander daar juist voor waarschuwt. ‘Het gevaar is dat we activistisch reageren op deze beelden, dat werkt niet. De realiteit is belangrijk om te kunnen verbeteren.’ Een food designer vraagt zich hardop af wat er mis is met grootschaligheid. ‘Ik denk dat we beide nodig hebben, zowel volumes als innovaties op kleinere schaal.’

Eén van de kassen van het Nederlandse Agro Care van binnen.

Bewondering en afkeer
Een paar dagen na de bijeenkomst van deze (semi)profs van de Embassy of Food leg ik de reacties voor aan fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen (60), initiator van de tentoonstelling. We zitten op de Nieuwmarkt in Amsterdam, dichtbij de plek waar zijn woonboot ligt. Die woonboot is de afgelopen jaren regelmatig onbewoond geweest, want Kadir heeft veel gereisd om voedselproducenten wereldwijd in beeld te brengen. De heftigheid en diversiteit van de reacties verrast hem niet. ‘Ik werd zelf ook heen en weer geslingerd tussen bewondering en afkeer. Enerzijds is het voedselsysteem heel efficiënt geworden, anderzijds kunnen we vraagtekens zetten bij dat vele importeren en weer exporteren.’ Op de tentoonstelling is te lezen dat de wereldwijde voedselproductie inmiddels verantwoordelijk is voor minstens 25% van alle uitstoot van broeikasgassen.

Kenia is onze groentetuin
Kadir van Lohuizen startte dit project, omdat hij zich realiseerde dat hij zelf niet meer weet hoe ons eten wordt gemaakt. ‘Het is zo’n gesloten systeem en geheel aan ons oog onttrokken. Als tweede landbouwexporteur ter wereld slachten wij niet alleen 46.000 varkens per dag, maar hebben we bijvoorbeeld ook 52% van de wereldmarkt in groentezaden in handen.’ Ook in andere landen valt Kadir van de ene verbazing in de andere. ‘De VS is de grootste landbouwexporteur wat betekent dat je in Texas een melkveehouderij tegenkomt met wel 250.000 koeien. Dat aantal wil men ook nog verdubbelen. Bizar! Kenia is inmiddels onze groentetuin. De sperziebonen, paksoi, basilicum en mango komen dagelijks in Rotterdam aan, omdat wij alle soorten het hele jaar door willen kunnen eten.’ Maar ook het gortdroge Midden-Oosten heeft ambities. ‘1% van Saudi Arabië is geschikt als landbouwgrond, toch wil het de grootste landbouwexporteur van de regio worden.’ Kadir heeft de feiten in beeld gebracht zonder oordeel te geven. ‘Ik hoop dat het publiek een eigen mening kan vormen over hoe houdbaar dit alles is.’

Vanuit de haven van Mombasa (Kenia) reizen avocado’s in 26 dagen naar Rotterdam.

Ons voedsel komt via alle wereldzeeën tot ons
Dat publiek bestaat onder meer uit bezoekers van het Scheepvaartmuseum. Ik heb een gesprek met Teus van Hagen, marketingverantwoordelijke en Jeroen Kummer, medeoprichter van Bureau Kummer & Hermann en vormgever van de tentoonstelling. Voordat ik het museum binnenloop bezoek ik eerst VOC schip ‘Amsterdam’, een niet te missen aandenken aan ons koloniale verleden. Binnen in de reusachtige museumhal legt Teus uit dat deze locatie voor de Food for Thought tentoonstelling een logische is. ‘Ons voedsel kwam en komt immers via alle wereldzeeën tot ons. Met schepen als ‘Amsterdam’ werden kruiden en specerijen naar Nederland gebracht. Het staat symbool voor ons koloniale verleden, inclusief zwarte bladzijden. Het is prachtig dat we ook de actualiteit kunnen laten zien, de verbinding tussen water en het globale voedseltransport.’

Impact door beeld en getal
De vraag is hoe je impact creëert bij het publiek. Jeroen Kummer: ‘Onze taak is om de beelden van Kadir naar het publiek toe te brengen. De grote schaal wordt weergegeven door de immense getallen die context geven aan het beeld. Maar andersom geven de beelden ook context aan de getallen. Soms zijn we overgestapt naar percentages, want één miljard kilo tomaten zegt niets meer. Maar als 49% van alle tomaten in Duitsland uit Nederland komt begrijpen mensen dat weer.’ Hoe goed die combinatie van getal en beeld werkt wordt bijvoorbeeld duidelijk als je in de tentoonstelling ziet hoe de Jumbo mangobakjes afgevuld worden in Kenia en daarbij leest dat de prijs van één bakje gelijk is aan het dagloon van de Keniaanse arbeider die deze bakjes staat te vullen. Naast die inhoudelijke kant is ook veel aandacht besteed aan de vorm. Jeroen: ‘De constructie van de panelen is bijvoorbeeld vergelijkbaar met die in een distributiecentrum van Albert Heijn. Verder denken we natuurlijk na over design en belichting om zoveel mogelijk impact te creëren.’

 

De wal en het schip
Kadir glimt van trots als ik hem vertel over de discussies die ik heb gehoord onder de foodies. ‘Dit is wat ik hoop te bereiken door te visualiseren wat het publiek normaliter niet te zien krijgt. Dat we gaan nadenken over onze voedselkeuzes.’ In het museum meng ik me opnieuw onder de bezoekers en neem plaats voor het scherm dat de commerciële bevissing op Nijlbaars in het Victoriameer toont. Hierdoor zijn honderden lokale vissoorten verdwenen. Ik ken de feiten, toch raakt het me opnieuw. Niet vanwege schokkende beelden van dierenleed, nee, vooral vanwege de grootschaligheid. De vrouw naast mij schudt haar hoofd en buigt zich naar mij toe. ‘De tijd zal leren of de wal uiteindelijk het schip zal keren’ zegt ze. Inderdaad, óf dat we al consumerend ten onder gaan…

 De tentoonstelling Food for Thought is van 3 november 2023 t/m 9 juni 2024 te zien in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Inmiddels is er een extra ruimte over China ingericht. Tevens komt binnenkort een boek uit en zal het VPRO-televisieprogramma Tegenlicht een aantal afleveringen wijden aan de wereldwijde voedselstromen die door Kadir van Lohuizen in beeld zijn gebracht.

 Janet Lebbink heeft een achtergrond als voedingswetenschapper, is food ondernemer bij TEN the export network en hbo-docent Food Innovation.

 Een greep uit de data van de tentoonstelling:

  • Eén kilo tomatenzaad is meer waard dan één kilo goud.
  • 23 miljoen kilo broccoli werd in 2021 geoogst in Nederland.
  • Melkkoeien in Abu Dhabi worden continu beneveld om hun temperatuur op peil te houden.
  • De gemiddelde Amerikaan eet meer dan 4x het globale gemiddelde aan vlees.
  • De Verenigde Arabische Emiraten zijn voor 90% afhankelijk van voedselimport.
  • Een gemiddelde maaltijd heeft 30.000 km gereisd.
  • 95% van alle Nederlandse kazen is bestemd voor export.
  • Nederland importeert 3,7 miljard euro aan vlees.
  • 1/3 van al het voedsel wereldwijd wordt verspild.